De Westie als huisgenoot
De Westie als huisgenoot
Als u op het uiterlijk afgaat, is de Westie een zeer aantrekkelijke hond: met zijn witte pakje, zijn zwarte neus en nageltjes, de brutale donkere oogjes, het borstelige kopje, de puntige oortjes en het parmantig rechtop gedragen staartje steelt hij ieders hart. De Westie is groot genoeg om een echte hond te zijn en klein genoeg om probleemloos mee in de auto te kunnen of gezellig bij u in de stoel te zitten. De Westie wil altijd graag naar buiten, bij goed en bij slecht weer, maar hij kan ook heel goed op een kleine flat worden gehouden, als hij in dat geval tenminste vaak mee uit wordt genomen. Het dagelijkse onderhoud is gemakkelijk; met een borstel vliegt het vuil er af. Hij verspreidt geen typische 'honde-lucht'. Hij ziet eruit als een speelgoed-hondje, maar vergist u zich niet, hij is heel levendig. Hij merkt alles op in zijn omgeving, niets ontgaat hem. Volwassen Westies zijn nog net zo speels als pups. Hij is lief en eerlijk, maar niet altijd gehoorzaam. Mensen die verwachten dat hun hond rustig aan hun voeten blijft liggen, zouden beter geen Westie kunnen nemen. Als een Westie de aandacht wil trekken, kan hij zo bovenop de krant springen die u aan het lezen bent. Het komt niet in hem op dat u het te druk hebt om met hem te spelen.
De Westie heeft een groot gevoel van eigenwaarde. Dit is een van zijn aantrekkelijkste eigenschappen. Hij houdt van spelen en plezier maken. Door zijn stevige body is hij een ideale speelmakker voor kinderen. Vrouwen vinden hem aardig omdat hij er leuk uitziet, omdat hij charmant is, gemakkelijk in onderhoud, geen hon-delucht bij zich draagt en niet verhaart. Mannen waarderen hem bovendien om zijn spirit en zijn uithoudingsvermogen. De Westie is geen eenmanshond. Zijn liefde en vriendschap zijn voor de hele familie. Soms heeft hij tijdelijk een lichte voorkeur voor het gezinslid dat enige uren afwezig is geweest. De Westie is intelligent en leert snel. Als hij wordt uitgedaagd, gaat hij een gevecht niet uit de weg. Het maakt hem niets uit hoe groot de aanvaller is. Als u een Westie bezit, hebt u geen grote hond nodig: de Westie denkt dat hij er een is.
Het jachtinstinct van zijn voorouders zit de Westie nog steeds in het bloed. Tot op de dag van vandaag vindt hij het nodig te blaffen als hij een 'prooi' ziet. Dat kan de kat van de buren zijn, een vogel, een eekhoorn en zelfs een grote steen. Wilt u hem in het bos of de duinen eens even los laten lopen, kijk dan uit voor konijnenholletjes. Hij ruikt de konijnen en duikt er zo in.
Sommmige hondenkenners vinden dat de Westie alle goede eigenschappen van de terriërs heeft en geen van de slechte. Het is natuurlijk wel zo, dat de individuele hond net zo verschilt van zijn rasgenoten als de individuele mens van zijn buurman. Het karakter van de hond wordt bepaald door de som van zijn erfelijke eigenschappen. Deze kunnen op ontelbare manieren gerangschikt zijn. Bovendien is hij het produkt van zijn omgeving. De eerste drie maanden van zijn leven zijn voor de ontwikkeling van een jong hondje net zo belangrijk als de eerste drie jaar dat zijn voor de ontwikkeling van een mensenkind. Wordt hij in deze periode opgevoed temidden van volwassenen en kinderen, dan wordt hij een aangepast lid van het gezin. Mist hij dit contact en groeit hij op in een afgesloten kennel, dan haalt hij dat nooit meer in. Natuurlijk geldt dit niet alleen voor Westies, maar voor alle honden. Sommige mensen vinden het leuk om twee Westies te hebben. Het is altijd een risico om twee reutjes te nemen van gelijke grootte. Het kan een tijd goed gaan, maar u loopt de kans dat ze op een ongelegen moment een gevecht op leven en dood aangaan. Omdat de verstandhouding dan nooit meer helemaal goed wordt, moet er eentje verdwijnen, altijd een verdrietige zaak. Het is verstandiger om een reutje en een teefje te nemen. Tweemaal per jaar even opletten tijdens de loopsheid van het teefje is niet zo moeilijk. Desnoods kunt u het reutje een paar dagen uit logeren sturen bij vrienden, familie of in een goed pension, als u ze moeilijk gescheiden kunt houden. Er zijn ook mensen die naast een grote hond nog een kleintje willen hebben. Kiest u in dat geval een Westie, dan gaat het meestal goed, als tenminste de grote hond een geestelijk normaal ontwikkelde hond is. Het verschil in grootte voorkomt rivaliteit. Bovendien 'begrijpt' de grote hond gewoon, dat de Westie nu eenmaal 'de baas' is.
Als de Westie veel binnen gehouden moet worden, geef hem dan een uitkijkpost voor een raam, zodat hij de buitenwereld kan zien. Dat heeft hij nodig! Zorg ervoor dat hij niet uit een open raam kan vallen of springen als hij de kat achterna wil. Een balkon met te wijd uiteen geplaatste spijlen vormt ook een groot risico. In zijn enthousiasme vergeet hij wel eens dat hij niet kan vliegen.




