Het ontstaan
Ontstaan en oorsprong van het ras
De West Highland White Terriër, meestal kortweg 'Westie' genoemd, is vanouds de kleine dappere werkhond uit de westelijke Schotse Hooglanden. De kleine Westie kon het wild overal volgen, dwars door heggen, onder en tussen rotsblokken door. De hondjes werkten meestal in groepen en holden luid blaffend achter het wild aan. Voor dit speciale werk mochten de ribben niet te rond zijn, want dan konden de honden gemakkelijk klem komen te zitten tussen de rotsblokken. Bij het los-wringen konden de ribben breken. Een bruikbare hond moest intelligent zijn, en moedig en snel kunnen reageren. De Westie was de hond van ruwe jagers. Hij moest bestand zijn tegen het zoute water en de ijzig koude winters van de Atlantische kust. Thuis moest hij zich op zijn gemak kunnen voelen bij het brandende haardvuur. Hij moest een vriend zijn voor de eigen mensen en waarschuwen tegen indringers. De Westie is familie van de Cairn (spreek uit 'kern') terriër en van de meestal zwarte Schotse terriër. Alle drie behoren ze tot de laagbenige terriërs (terriër = aardhond) en zijn ontstaan uit dezelfde voorouders in Schotland.
In vroeger tijden werden alle lichtgekleurde pups uit een nest gedood. Men dacht dat deze te zwak waren en ongeschikt voor het werk. In sommige verhalen heet het dat op zekere dag de lievelingshond van een jager werd dood-geschoten, omdat men hem voor wild had aangezien.Kolonel Malcolm begon daarna als eerste witte Highlanders te fokken, wat al heel snel werd nagevolgd door een aantal andere fokkers. Zuiver wit waren ze direct bepaald nog niet en ook nu zien we nog regelmatig wat crèmekleurige Westies. Dat laatste kan een gevolg zijn van onjuiste vachtverzorging, maar ook de oude, overgeërfde eigenschappen spelen nog steeds mee.




