Opvoeding
De verzorging en de opvoeding van de pup
Inleiding
Eindelijk kunt u het nieuwe huisgenootje gaan halen. De fokker heeft met veel zorg uw hondje grootgebracht. Als het goed is, hebt u al eerder een voedingslijst meegekregen, zodat alles en iedereen klaar staat om de nieuwe huisgenoot te ontvangen. Ook hebt u al een plek in huis uitgezocht waar het hondje de eerste tijd vrij rond mag lopen. Daar staat zijn mand, doos, kist of hokje, met daarin een dekentje of vetbed. Ook de waterbak ontbreekt niet. De vloer van dit vertrek kan gemakkelijk schoongemaakt worden, zodat een 'ongelukje' niet erg is. U weet dat het hondje nog niet kamerzindelijk is, maar waarschijnlijk wel gewend is om zijn behoefte op een krant te doen. Daarom liggen er ook enige uitgespreide kranten klaar. Verder hebt u gekeken of er zich voorwerpen in het hondenverblijf bevinden die de pup kunnen schaden: laag zittende stopcontacten met losse snoeren bijvoorbeeld, of goed bereikbare schoonmaakmiddelen. Ook emmers of teilen met sop mogen niet onbeheerd op de vloer achter worden gelaten. De pup vindt alles interessant en zal overal mee spelen, ervan proeven of eraan knagen.
Om hem niet steeds alles te hoeven verbieden, liggen er enkele speeltjes waar hij wel op mag bijten, zoals gedroogde buffelhuid, harde plastic botten of ballen (geen zachte), geprepareerde runderhoefjes of iets dergelijks.
Alle jonge hondjes die het 'ouderlijk huis' verlaten, hebben tijd nodig om te wennen:
- Hij moet nieuwe mensen leren kennen.
- Het huis is anders, de geluiden en de geuren zijn vreemd voor hem.
- Hij mist zijn moeder en zijn nestgenootjes.
- Hij moet voortaan alleen eten en mist de stimulans van de broertjes en zusjes.
- Hij mist de plek waar hij altijd zijn behoefte deed en hij weet niet waar hij dat nu kan doen.
Het beste is om na thuiskomst de pup in het voor hem bestemde vertrek te laten en hem daar zijn gang te laten gaan. Hij zal rondsnuffelen en alles onderzoeken. Is hij daar op zijn gemak, dan kunt u hem geleidelijk ook de rest van het huis laten verkennen.
Forceer de zaak niet, laat hem in het begin met rust, hij komt vanzelf bij u. Praat op vriendelijke toon tegen hem en laat duidelijk merken wat u op prijs stelt en wat niet. Prijs hem als hij zijn plasje op de krant doet. Stort niet meteen al de hele familie en de buren over hem uit.
Zindelijk maken
Er zijn veel manieren waarop een hondje zindelijk gemaakt kan worden. Hebt u succes met uw eigen methode, blijf die dan trouw. Is het voor u een probleem, dan heeft u misschien iets aan de volgende suggesties. Het belangrijkste is de regelmaat in het dagelijks leven van de pup: vaste tijden, vaste plaatsen, vaste gewoonten.
De jonge pup
Laat hem niet meteen zonder controle los door het huis lopen. Houd hem eerst in één vertrek, waarvan u de vloer vlug kunt schoonmaken. Gebruik een kinderhekje om hem in de keuken of in de woonkamer te houden als u niet genoeg op hem kunt letten. De kans is groot dat hij gewend is zijn behoefte op een krant te doen bij de fokker. Pups van drie weken proberen al buiten het nest te kruipen om dit niet te bevuilen. De fokker heeft daar dan meestal wat kranten uitgespreid. Als uw pup dat gewend was, kunt u het beste veel kran¬ten op de vloer uitspreiden. Prijs hem als hij hierop zijn hoopje of plasje doet. Als u de bevuilde kranten wegneemt, laat er dan eentje liggen die er nog wat naar ruikt, zodat hij de volgende keer de goede plek kan vinden. Misschien heeft hij voorkeur voor een bepaalde hoek, dat merkt u gauw genoeg. Dit systeem kunt u gebruiken tot hij naar buiten mag na zijn volledige enting. Hebt u een afgesloten tuin waar geen andere honden komen, dan kunt u hem daar wel mee naartoe nemen.
Er zijn mensen die vinden dat de hond zijn leven lang eigenlijk krantzindelijk zou moeten blijven, om het hondepoep-probleem in de steden op te lossen. Ook voor loopse teefjes is het praktisch, omdat u dan tijdens de 'gevaarlijke' dagen niet met haar naar buiten hoeft. Een jonge pup kan nog niet de hele nacht zijn plas ophouden, omdat zijn blaas nog niet groot genoeg is. Voordat de pup 12 weken is, mag u niet verwachten dat hij langer dan 2 uur 'droog' is. Maar vanaf 8 weken kan hij worden getraind om op een bepaalde plaats zijn behoefte te doen. Hij heeft een plekje nodig waar hij dit mag doen zonder dat hij bang hoeft te zijn dat u boos op hem wordt.
De oudere pup
Hebt u een pup van 12 weken of ouder, dan kunt u hem wel meteen echt kamer-zindelijk maken, omdat hij de definitieve enting dan al heeft gehad. Laat hem toe in een beperkt deel van het huis en neem hem vaak mee uit, in het begin ieder uur en steeds naar hetzelfde plekje. Het is niet de bedoeling dat er dan gespeeld wordt, eerst moeten er zaken worden afgehandeld. Als hij zijn behoefte heeft gedaan, prijs hem dan uitbundig en neem hem weer mee naar huis.
Doet hij niets, houd hem dan thuis goed in de gaten, mopper zachtjes op hem als hij het op de vloer doet. Neem hem meteen weer mee naar het bewuste plekje buiten. Kunt u niet steeds op hem letten nadat hij buiten niets gedaan heeft, maar blijft u wel in zijn buurt bezig, bijvoorbeeld in de keuken, bind hem dan vast aan iets zwaars, zoals de handgreep van de ijskast. Spreid daar kranten uit. Hij vindt het niet prettig om iets te bevuilen waar hij moet blijven. Neem hem vaak mee naar zijn vaste plekje. Na ± 2 weken mag u verwachten dat hij zindelijk is. De pup mag nooit voor langere tijd vastgebonden blijven, zeker niet als u het huis verlaat.
De hond zal al gauw in de gaten hebben wat u van hem verlangt. U kunt er echter nooit helemaal zeker van zijn dat hij niet af en toe eens een ongelukje heeft vóór hij ouder is dan 5 maanden. De gebruikelijke tijden om zijn behoefte te doen, kunt u verwachten als hij wakker wordt, na de maaltijden en een keer tussen de maaltijden in.
Het puphokje
Veel mensen vinden het zielig als ze zien dat honden op een tentoonstelling in een hokje zitten. Mensen met ervaring kennen de voordelen voor eigenaar en hond bij een goed gebruik van een hokje. Het is niet de bedoeling dat de hond er altijd in zit. Het is zijn slaapplaats en zijn eigen plekje.
Een hokje heeft meer voordelen dan een mand, die hij bovendien meestal stuk vreet:
- Hij kan er veilig in worden opgeborgen wanneer u niet op hem kunt letten, als u even weg moet. Hij kan dan geen elektrisch snoer stukbij ten of aan meubels of tapijten gaan knagen.
- Een hond vindt het prettig een eigen plekje te hebben waar hij ongestoord kan slapen. Vooral voor een jonge hond is het belangrijk dat hij voldoende tijd krijgt om te slapen en niet steeds wordt opgepakt, bijvoorbeeld door kinderen.
- Krijgt een pup te weinig slaap, dan kan hij zich niet zo goed ontwikkelen. Hij kan er ziek van worden en zelfs doodgaan.
- Als u hem mee moet nemen in de auto, is de veiligste plaats voor hem zijn hokje, vooral als hij nog klein is.
- Mocht er onverwacht brand uitbreken in het gebouw waar hij verblijft, dan kruipt hij waarschijnlijk in zijn angst in een donker hoekje en kunt u hem niet vinden, of hij neemt de benen en dan bent u hem ook kwijt.
Zit hij in zijn hokje, dan kunt u hem zo oppakken en in veiligheid brengen. In het begin laat u het deurtje open, zodat hij eruit kan om zijn behoefte te doen op de krant. Hij kan in zijn hokje eten en u kunt er een paar speeltjes in leggen. Als u hem krantzindelijk wilt maken, leg dan geen kranten onder in zijn hokje. Let erop of hij kussentjes of kleedjes stuk gaat kauwen die u in zijn hokje hebt gelegd. Als hij stukjes doorslikt, kan dit verstopping veroorzaken. Tegenwoordig kunt u vochtdoorlatende stukken kunstvacht kopen aan de meter (vetbed). Dit kan worden gewassen in de wasmachine. Wanneer u voor korte tijd weg moet, kunt u het deurtje sluiten om er zeker van te zijn dat de pup veilig is opgeborgen. Doe dit in het begin niet te lang, steeds een beetje langer. Al gauw heeft hij in de gaten dat u terugkomt om hem eruit te laten. Het spreekt vanzelf dat behalve 's nachts geen enkele hond, ook later niet, urenlang mag worden opgesloten in zijn hokje, zeker een jong hondje niet!
De voeding van de pup
Het beste is dat u van tevoren een voedingslijst aan de fokker vraagt, zodat u op de grote dag alles in huis hebt wat de pup moet eten. Het is belangrijk dat hij in het begin hetzelfde voedsel krijgt als bij de fokker. Zijn maag is eraan gewend en zal minder gauw van streek raken dan wanneer hij naast alle andere veranderingen ook nog ander eten krijgt. Wilt u iets in zijn dieet veranderen, doe het dan geleidelijk. Probeer zo veel mogelijk op vaste tijden te voeren. Op die tijden is zijn maag gewend maagsappen te produceren. Als hij gelig schuim spuugt, betekent dit dat zijn maag leeg is en dat de maagsappen het tijd vinden dat er werk aan de winkel komt. Geef hem zijn eten niet te warm, dan kan hij gaan spugen. Laat warme maaltijden eerst flink afkoelen voor u ze hem geeft. Geef hem zijn eten vóór u zelf gaat tafelen, want daarmee voorkomt u dat hij gaat bedelen. Het is verleidelijk om hem stukjes van de tafel te voeren, maar hij leert het nooit meer af. Zet zijn etensbak in zijn hokje of steeds op dezelfde plaats erbuiten. Geef hem ± 20 minuten de tijd zijn maaltijd op te eten. Wat hij niet opeet, neemt u weg. U bewaart het in de ijskast of u gooit het weg. Dit is vooral belangrijk als u bezig bent de hond zindelijk te maken. Hij moet na het eten zijn behoefte doen. Als u niet precies weet wanneer hij zijn bakje heeft leeg gegeten, weet u ook niet wanneer hij naar buiten moet.
De hoeveelheid moet u steeds aanpassen aan de eetlust van de pup. Normaal gesproken kunt u ervan uitgaan dat een opgroeiende hond zoveel mag eten als hij wil. Er zijn natuurlijk uitzonderingen. Sommige Westies zijn zulke liefhebbers van veel en lekker eten, dat ze door blijven gaan, al geeft u ze een emmer vol. Wanneer de pup te zwaar wordt, krijgt u een te zware hond die weer op dieet moet om af te slanken. De pup mag goed in zijn vlees zitten, de ribben hoeven er niet uit te steken, maar hij mag niet te vet worden. Ook voor de ontwikkeling van het skelet is een te groot gewicht niet goed. Sommige hondjes eten zo weinig, dat ze aan de magere kant blijven. Een richtlijn voor de hoeveelheid voer die u geeft: de maag van de Westie is ongeveer zo groot als zijn schedel.
Wanneer hij zijn eten er weer uit gooit, hoeft u zich niet meteen ongerust te maken:
- Hij kan te snel geschrokt hebben.
- Het eten was nog niet voldoende afgekoeld.
- Hij kan toe zijn aan een maaltijd minder per dag.
Meestal is de tweede mogelijkheid aan de orde. Wanneer de hond een maaltijd minder per dag moet hebben, mag de totale hoeveelheid niet minder worden. U moet dus de overgebleven maaltijden iets groter maken. Uiteindelijk zal hij blijven staan op twee maaltijden per dag. Sommige mensen voeren één keer per dag, maar een kleine hond kan beter twee keer per dag eten krijgen, 's morgens en 's avonds. Spuugt uw hondje vaak, raadpleeg dan de dierenarts. Zorg ervoor dat uw hond altijd kan beschikken over een ruime hoeveelheid schoon en fris water. Dit is vooral belangrijk als hij droge brokjes krijgt en als het warm weer is.




